Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3048.

4.1 Art. 10, lid 1, Wet IB 1964 bepaalt dat de afschrijving op bedrijfsmiddelen jaarlijks wordt gesteld op het gedeelte van de nog niet afgeschreven aanschaffings- of voortbrengingskosten dat aan het jaar kan worden toegerekend. De afschrijving strekt tot geleidelijke aftrek van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel vanwege de dalende gebruikswaarde van dat bedrijfsmiddel.(8) De daling van de gebruikswaarde kan het gevolg zijn van zowel technische als van economische slijtage; hij kan zijn ingegeven door gebruik van het bedrijfsmiddel maar ook enkel door tijdsverloop. Is geen sprake van slijtage dan is afschrijving niet mogelijk(9) en moet een eventuele waardedaling door middel van een fiscale afwaardering tot uitdrukking worden gebracht.(10) De verwachting dat een toekomstige gebeurtenis een waardedaling tot gevolg kan hebben rechtvaardigt derhalve geen afschrijving.(11) Oefent men bijvoorbeeld een onderneming uit waarvoor een vergunning benodigd is, dan is de kans op afschaffing van een vergunningenstelsel geen reden tot afschrijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945, en de alinea staat in dat document op bytes 15403 tot 16494.