Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3048.

5.3 Indien de overeenkomst tussen A B.V. en B B.V. van 27 oktober 1994 de werkelijkheid weergeeft, dan dient die overeenkomst te worden gesplitst in verschillende koopovereenkomsten, en kan de koopsom van ƒ 9.565.445 niet deels aan de verwerving van goodwill worden toegerekend. Immers, in dat geval zou in ruil voor die koopsom geen (zelfstandig deel van een) onderneming zijn verworven zodat ook geen sprake zou kunnen zijn van goodwill. Alsdan moeten de uitgaverechten geacht worden het gehele bedrag van de koopsom waard te zijn. Worden de verschillende elementen van de overeenkomst daarentegen niet op zichzelf, doch tezamen beschouwd, dan biedt de overeenkomst voldoende steun voor de conclusie dat (een zelfstandig deel van) een onderneming is verworven. Het Hof heeft die conclusie ook getrokken, en, naar mijn mening, voldoende gemotiveerd. Daarmee staat vanzelfsprekend nog niet vast dat een deel van de koopsom een vergoeding voor goodwill vormt; daartoe moet vaststaan dat de koopsom meer bedroeg dan het saldo van de waarden van de overgedragen activa en passiva.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945, en de alinea staat in dat document op bytes 21198 tot 22290.