Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3048.

Deze stelling is volgens het Hof aannemelijk, en is naar het oordeel van het Hof niet, althans onvoldoende, door de Inspecteur weersproken. Dat de stelling niet weersproken is kan naar mijn mening echter niet worden volgehouden: uit het verweerschrift, op blz. 7-8, en de pleitnotitie van de Inspecteur, op blz. 9, blijkt het tegendeel. Of de stelling ook voldoende is weersproken staat in beginsel ter beoordeling van het Hof, dat immers ook dient te oordelen over de splitsing van de koopsom (u vergelijke in dit verband het arrest HR 24 juni 1970, BNB 1970/160). Die beoordeling dient voldoende te worden gemotiveerd. En daar wringt de schoen. Naar mijn mening is de door het Hof gevolgde redenering van belanghebbende niet concludent. Evenmin acht ik de overige door het Hof aangevoerde argumenten redengevend voor de stelling van belanghebbende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945, en de alinea staat in dat document op bytes 23635 tot 24498.