Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3048.

De uitgaverechten dienen te worden gewaardeerd op de waarde die belanghebbende ervoor heeft opgeofferd. Indien een koopsom is opgeofferd voor zowel uitgaverechten als goodwill, moet er in beginsel van worden uitgegaan dat, in het geval van zakelijk handelende partijen, voor de uitgavenrechten de waarde in het economische verkeer daarvan is opgeofferd, en het restant aan goodwill moet worden toegerekend. De economische waarde van uitgaverechten wordt echter niet alleen bepaald door de ontwikkelings-, beschermings- en registratiekosten. Marktpartijen zullen hun vraag- en aanbodprijs terzake van uitgaverechten immers op de eerste plaats afstemmen op het rendement dat met een titel kan worden behaald en niet op de kosten die de ontwikkelaar van de uitgaverechten zich ervoor getroost heeft. Door de waarde van die rechten toch zonder nadere motivering te baseren op die voortbrengingskosten heeft het Hof zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945, en de alinea staat in dat document op bytes 25792 tot 26755.