Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3048.

6.4 De hierboven geciteerde passage uit de toelichting op de groepsjaarrekening biedt naar mijn mening geen argumenten voor het oordeel dat de uitgaverechten die in het onderhavige geval aan de orde zijn al dan niet 'slijten'. Er wordt slechts aangegeven wat de gevolgen zijn indien de uitgaverechten niet slijten. Weliswaar heeft het Hof vastgesteld dat op uitgaverechten niet commercieel wordt afgeschreven (o. 2.4.2), maar die overweging is in tegenspraak met hetgeen in o. 2.4.3 aan de toelichting op de groepsjaarrekening wordt ontleend, namelijk dat op uitgaverechten alleen dan niet stelselmatig wordt afgeschreven indien zij niet slijten. Omdat het slijten van de uitgaverechten het criterium voor stelselmatige afschrijving is, kan het feit dat op bepaalde uitgaverechten in de commerciële jaarrekening wordt afgeschreven wel een aanwijzing zijn voor de juistheid van het oordeel dat voor fiscale doeleinden moet worden aangenomen dat de uitgaverechten slijten. Aangezien uitgaverechten in de commerciële jaarrekening echter slechts worden onderkend als meer dan ƒ 25 miljoen wordt betaald voor immateriële rechten (o. 2.4.2 van het Hof)(15), wat voor wat betreft de onderhavige uitgaverechten niet het geval is, kan uit de commerciële jaarrekening in casu echter geen aanwijzing worden verkregen voor het oordeel dat de uitgaverechten niet slijten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d007badc883351fe61e295bee1799f04eb8e20a54a178ddd561bd4ebbe02945, en de alinea staat in dat document op bytes 28918 tot 30294.