Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2001

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3119.

3.5. De Hoge Raad heeft van de wetgever min of meer carte blanche gekregen om het incidentele cassatieberoep in belastingzaken vorm te geven. Als randvoorwaarde is echter wel gesteld dat die vormgeving zo eenvoudig mogelijk wordt gehouden. Het lijkt aannemelijk dat de Hoge Raad bij zijn rechtsvinding te rade zal gaan bij het burgerlijk procesrecht. Het is echter helemaal niet vanzelfsprekend dat het civiele recht zonder meer wordt getransponeerd naar het fiscale recht; zie § 2.3 hiervoor. In dit verband wijs ik erop dat het strafrecht het incidentele cassatieberoep ook kent, zij het alleen voor de verdachte en niet voor het Openbaar Ministerie; zie art. 433, lid 2, Sv.(24) Niettemin houd ik het hierna bij een analyse van het civiele recht en laat ik het strafrecht verder onbesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a200e5977855d0c427a3bc791082a866f55e48e2cec4338e802fa107ec9e55d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a200e5977855d0c427a3bc791082a866f55e48e2cec4338e802fa107ec9e55d, en de alinea staat in dat document op bytes 17046 tot 17854.