Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2001

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3119.

6. In dit verband valt op dat de Hoge Raad zijn beslissing niet beperkt tot het geval dat de dagvaarding is ingetrokken na het verstrijken van de cassatietermijn. De Raad spreekt in algemene zin van "de rechtsgevolgen van intrekken van het cassatieberoep" (r.o. 2.3) en van de vraag wat voor het kunnen instellen van incidenteel beroep de gevolgen zijn van "het intrekken van de cassatiedagvaarding" (r.o. 2.6). En in r.o. 2.3, laatste alinea, keert de Raad zich in algemene bewoordingen tegen een stelsel waarin de verweerder die "tijdig en op de juiste wijze" in cassatie is betrokken, niet erop zou mogen rekenen dat hij zijn bezwaren in een incidenteel beroep naar voren zal kunnen brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a200e5977855d0c427a3bc791082a866f55e48e2cec4338e802fa107ec9e55d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a200e5977855d0c427a3bc791082a866f55e48e2cec4338e802fa107ec9e55d, en de alinea staat in dat document op bytes 26746 tot 27453.