Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2001

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3164.

12. Daar komt bij dat toepassing van het arrest van 1 april 1997 tot het onwenselijke resultaat leidt, dat de voor de verdachte gunstigste strafmodaliteit - onbetaalde arbeid en geldboete in plaats van gevangenisstraf - niet mogelijk is, hoewel uit de wet en de wetsgeschiedenis niet kan worden opgemaakt dat de wetgever dit heeft willen uitsluiten en het aan artikel 1 lid 1 Sr ten grondslag liggende beginsel van rechtszekerheid zich daartegen niet verzet. Ik wil dan ook, mij aansluitend bij de conclusie van mijn toenmalige ambtgenoot Van Dorst voor NJ 1997, 442, opnieuw pleiten voor de opvatting dat het nieuwe art. 9 lid 2 Sr als de gunstigste bepaling in de zin van art. 1 lid 2 Sr kan worden toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29d3fdb5faebcef9cfc54d62d572320accec1ab417e883459b849574f01689aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29d3fdb5faebcef9cfc54d62d572320accec1ab417e883459b849574f01689aa, en de alinea staat in dat document op bytes 13051 tot 13776.