Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2001
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3198.
7. Daarmee verdraagt zich niet dat de rechter zich bevoegd acht het verzoek van de opgeëiste persoon te toetsen en, zo hij bevindt dat de redenen voor het verzoek niet van voldoende gewicht zijn om het belang van openbaarheid van rechtspleging terzijde te stellen, afwijst. Het voorschrift staat, met andere woorden, gelet op de toelichting van de minister daarop, niet toe de rechter een discretionaire bevoegdheid te laten het verzoek van de opgeëiste persoon al dan niet te honoreren. In deze zin A.H.J. Swart, Nederlands uitleveringsrecht, blz. 416). Dat wordt niet anders doordat de Rechtbank aan het eerste lid van art. 25 UW tevens een eigen bevoegdheid ontleent de sluiting der deuren om gewichtige redenen te bevelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19b95de546f3cb7f097936842af09d9eac23d8b77754a5fd2ccda3ee550a0e4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19b95de546f3cb7f097936842af09d9eac23d8b77754a5fd2ccda3ee550a0e4a, en de alinea staat in dat document op bytes 7650 tot 8392.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19b95de546f3cb7f097936842af09d9eac23d8b77754a5fd2ccda3ee550a0e4a | shasum -a 256