Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2001

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3198.

10. In de toelichting op het middel wordt melding gemaakt van HR NJ 1988, 239, maar de verwijzing daarnaar kan het beoogde gevolg niet dichterbij brengen. In die zaak moest worden vastgesteld dat de behandeling van het uitleveringsverzoek niet in het openbaar had plaatsgevonden, zonder dat bleek dat hetzij de opgeëiste persoon om sluiting der deuren had verzocht, of de Rechtbank om gewichtige redenen het bevel daartoe had gegeven. Het uitgangspunt dat het verhoor van de opgeëiste persoon in het openbaar plaatsvindt - welk uitgangspunt bezien zal moeten worden in het licht van het belang dat gemoeid is met openbaarheid van rechtspleging - is, zo oordeelde de Hoge Raad, van zo wezenlijke betekenis dat de niet door een verzoek van de opgeëiste persoon of een bevel van de Rechtbank gerechtvaardigde afwijking van dat uitgangspunt nietigheid met zich meebrengt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19b95de546f3cb7f097936842af09d9eac23d8b77754a5fd2ccda3ee550a0e4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19b95de546f3cb7f097936842af09d9eac23d8b77754a5fd2ccda3ee550a0e4a, en de alinea staat in dat document op bytes 8790 tot 9673.