Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.
14. Voor de gang van zaken in een opsporingsonderzoek is het openbaar ministerie verantwoordelijk. De bevoegdheid tot het geven van voor opsporingsambtenaren bindende instructies ten aanzien van het confronteren van verdachten met getuigen berust dan ook bij het openbaar ministerie. Slechts door het openbaar ministerie opgestelde en door of namens hem behoorlijk openbaar gemaakte richtlijnen zouden ten aanzien van dit onderwerp regels kunnen bevatten (waarbij uiteraard de mogelijkheid voorzien zou kunnen zijn onder bepaalde omstandigheden van in het algemeen geldende voorschrifen af te wijken) die aangemerkt kunnen worden als behorende tot het recht in de zin van art. 99 RO. Dat wil zeggen dat slechts in die vorm voorschriften gesteld zouden kunnen worden waaraan het openbaar ministerie op grond van beginselen van een behoorlijke procesorde gebonden is, waaraan de feitenrechter opsporingshandelingen kan toetsen, en die bij het onderzoek in cassatie in aanmerking genomen kunnen worden teneinde vast te stellen of het ter zake door de feitenrechter bereikte oordeel van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, dan wel op onbegrijpelijke gronden berust.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 23612 tot 24788.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e | shasum -a 256