Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.
16. Dit neemt niet weg dat de Hoge Raad enigermate - in na te melden zin beperkt - zal kunnen onderzoeken of het oordeel van de feitenrechter betreffende de gang van zaken bij confrontaties van verdachten met getuigen begrijpelijk is. Dat onderzoek kan gegrond worden op ongeschreven rechtsbeginselen alsmede toepasselijke verdragsbepalingen, ertoe strekkende dat verdachten door de met opsporing en vervolging belaste instanties behoorlijk bejegend moeten worden. Tot het recht in de zin van art. 99 RO behorende richtlijnen zijn daarvoor niet nodig. Te wijzen valt op HR NJ 1993, 407:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 25777 tot 26376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e | shasum -a 256