Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.
20. De stukken waarnaar hier is verwezen bevinden zich in het dossier. Prof. Wagenaar maakte ten aanzien van zijn opmerkingen het voorbehoud dat hij geen kennis heeft kunnen nemen van het volledige dossier, maar stelde zich op het standpunt dat de uitgevoerde confrontaties, voor zover hij zich daar een beeld van heeft kunnen vormen, tot herkenningen met een suggestieve component hebben geleid. Er is telkens een zogenaamde enkelvoudige confrontatie uitgevoerd, waarbij alleen verzoeker aan de getuigen werd getoond, terwijl hij bovendien vermomd was (naar te begrijpen valt: op de wijze die eerder door getuigen was beschreven). Juist de omstandigheid dat getuigen worden geconfronteerd met een getuige die is vermomd (op de wijze waarop zij iemand het feit hebben zien begaan) maakt een meervoudige confrontatie aangewezen, aldus prof. Wagenaar, omdat reeds de vermomming een zekere mate van herkenning kan oproepen en niet zeker is of de getuige die misleidende component zal weten te scheiden van de werkelijke herkenning van de gelaatstrekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 29220 tot 30284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e | shasum -a 256