Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.
24. Met betrekking tot het eerste feit heeft het Hof in zijn beoordeling betrokken dat de getuige aan wie verzoeker is getoond - blijkens de door deze getuige ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring - er zeker was dat hij verzoeker herkende, met name aan diens neus en houding. Hierin ligt besloten dat het Hof de mogelijkheid dat de getuige reeds door de vermomming die verzoeker bij de confrontatie droeg tot herkenning is gekomen meent te kunnen uitsluiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 32199 tot 32689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e | shasum -a 256