Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.

25. Met betrekking tot het derde feit kon het Hof in zijn overwegingen betrekken dat de beide getuigen die opgaven verzoeker voor honderd procent te herkennen, ter terechtzitting in hoger beroep daarbij bleven en voorts verklaarden verzoeker al vóór het feit (een poging tot beroving in een door de beide getuigen gedreven boekhandel annex postagentschap) te hebben gekend, terwijl uit de door Van Amelsfoort ter terechtzitting in hoger beroep als deskundige afgelegde verklaring volgt dat de herkenning bij een enkelvoudige confrontatie betrouwbaar is te achten indien de getuige de hem getoonde persoon vóór het feit reeds kende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 32709 tot 33358.