Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.

30. 's Hofs oordeel sluit aan bij het bovengenoemde HR NJ 1993, 407: een voor de hand liggende situatie waarin de uitvoering van een confrontatie niet te verenigen is met een eerlijk proces doet zich voor indien de bij de confrontatie gevolgde werkwijze ertoe strekt de personen die een verklaring moeten afleggen daarin te beïnvloeden. Zulk handelen zal in de regel ook als een onrechtmatigheid in de opsporing aangemerkt moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 36827 tot 37278.