Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.

31. Ik kan de steller van het middel niet goed volgen in zijn kennelijk standpunt dat het Hof er aan voorbij zou hebben gezien dat het ook diende te beoordelen of de ter herkenning van verzoeker gehanteerde methode betrouwbare resultaten kon opleveren. Het heeft nu juist uitgebreid de omstandigheden weergegeven die het tot het oordeel voerden dat de wijze waarop verzoeker aan getuigen is getoond, ook al ging het telkens om enkelvoudige confrontaties - waarbij het Hof zich er rekenschap van heeft gegeven dat een andere vorm van confrontatie de voorkeur zou hebben verdiend met betrekking tot de aan verzoeker onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten - niet meebrengt dat de resultaten van die confrontaties wegens onbetrouwbaarheid voor het bewijs onbruikbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 37298 tot 38076.