Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.
Uitgangspunt zal moeten zijn dat aan een bewijsmiddel in wettige vorm zonder voorbehoud bewijskracht kan worden toegekend. De wet kent daarop enkele uitzonderingen: andere geschriften dan genoemd in art. 344, eerste lid, onder 1o tot en met 4o Sv komt alleen betekenis toe in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen (art. 344, eerste lid, onder 5o Sv), en het geschrift waarin de verklaring is opgenomen van een persoon wiens identiteit niet blijkt kan alleen tot bewijs meewerken indien de in het geschrift neergelegde verklaring in belangrijke mate steun vindt in andersoortig bewijsmateriaal en indien door of namens de verdachte niet is verzocht die persoon te (doen) horen (art. 344, derde lid, Sv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 39268 tot 39993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e | shasum -a 256