Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.

35. Deze uitzonderingen staan naar mijn oordeel, in algemene zin aangeduid, in het teken van de verminderde mate waarin ter terechtzitting onderzocht kan worden in hoeverre de inhoud van deze geschriften betrouwbaar is, terwijl het in art. 344, derde lid, Sv opgenomen voorschrift uiteraard ook het belang dient dat een verdachte in staat moet zijn getuigen te (doen) ondervragen en zodoende de waarachtigheid van tegen hem afgelegde verklaringen aan te vechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 40050 tot 40525.