Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.

36. Onzekerheid omtrent de objectieve wijze waarop het geschrift is opgesteld, of een beperkte mogelijkheid voor nader onderzoek, doen zich niet voor ten aanzien van een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar, waarin is neergelegd dat een getuige de verdachte bij gelegenheid van een enkelvoudige confrontatie heeft herkend. Er moet, als bij alle processen-verbaal van opsporingsambtenaren, vanuit gegaan kunnen worden dat de verbalisant op correcte wijze heeft weergegeven hetgeen hij waarnam, terwijl het proces-verbaal de gegevens bevat die de rechter nodig heeft om zonodig verder onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid van de herkenning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 41711 tot 42373.