Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3244.

39. Overigens dient bedacht te worden dat de namens verzoeker voorgestelde beperking in de bewijskracht van een herkenning bij enkelvoudige confrontatie tot (slechts) aanvulling op ander bewijsmateriaal aanstonds de vraag zou doen rijzen onder welke omstandigheden de rechter kan oordelen dat de bewezenverklaring in min of meer aanmerkelijke mate op zulk ander materiaal kan steunen. Daarin ligt een aanmerkelijke waarderingsvrijheid. De door het Hof gebruikte bewijsmiddelen die niet op herkenningen van verzoeker slaan leggen weliswaar geen rechtstreeks verband tussen verzoeker en de feiten, maar zij bevatten naar mijn oordeel nogal wat feitelijke gegevens die aan de aanwijzing van verzoeker als dader van die feiten steun geven. Zo beschouwd zou het middel zelfs niet tot cassatie behoeven te leiden indien men de daarin voorgestane beperking van herkenningen bij enkelvoudige confrontatie tot aanvulling op ander bewijsmateriaal als een aangewezen rechtsopvatting zou willen aanmerken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba962fac5cc57838774777a3bbd142b142cf87b2e71f1d8d9f4f75a7062d447e, en de alinea staat in dat document op bytes 43706 tot 44712.