Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2001
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3318.
9. Hoewel lezing van de sinds de datum van inwerkingtreding op 1 januari 1926 ongewijzigd gebleven tekst van art. 124, derde lid, Sv tot de gevolgtrekking lijkt te nopen dat uitsluitend de ordeverstoorders verwijderd mogen worden, lijkt mij dat uit een oogpunt van ordehandhaving niet praktisch. De orde kan immers zodanig door personen worden verstoord dat individualisering van de onruststokers niet altijd even goed mogelijk is. Leendertz schreef hier al over in zijn in het NJB van 1934, p. 589 e.v. gepubliceerde artikel "Handhaving der orde op strafzittingen". De voorzitter is ordehandhaver, geen opsporingsambtenaar. Indien niet aanstonds duidelijk is welk te localiseren individu zich aan het verstoren van de orde schuldig maakt, of indien steeds anderen de orde verstoren, of indien het getal der orderverstoorders daartoe aanleiding geeft, kan optreden waarbij helaas de goeden onder de kwaden zullen hebben te lijden geïndiceerd zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52fa4d24d51e0e9a55567c6ad9e4a9898baea4dc16660701975240761e74ca29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52fa4d24d51e0e9a55567c6ad9e4a9898baea4dc16660701975240761e74ca29, en de alinea staat in dat document op bytes 9308 tot 10270.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52fa4d24d51e0e9a55567c6ad9e4a9898baea4dc16660701975240761e74ca29 | shasum -a 256