Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3326.

12. De vraag die vervolgens zou zijn gerezen is of dezelfde raadsheren die na de terechtzitting van 21 februari 2000 zich in raadkamer reeds inhoudelijk een eindoordeel over de zaak zullen hebben gevormd, aan de verdere berechting hadden mogen deelnemen. De zaak zou dan enige gelijkenis met de verzetprocedure hebben vertoond, waaromtrent in de Nederlandse literatuur de vraag is gerezen of dezelfde rechter(s) die het verstekvonnis heeft/hebben gewezen aan de verzetbehandeling mag/mogen deelnemen. Knigge trekt de lijn die omtrent teruggewezen zaken door de Hoge Raad is uitgezet in HR 18 jan. 1994, NJ 1994, 305 en HR 24 okt. 1995, NJ 1996, 484 door naar de verzetprocedure (in zijn noot onder EHRM 10 juni 1996, NJ 1998, 184 Thomann v. Zwitserland). Zie ook Corstens, die aan `verse' rechters de voorkeur geeft (o.c. p. 722); M.I. Veldt (Het EVRM en de onpartijdige strafrechter, diss. Tilburg 1997, p. 128-129), die moeite heeft met de uitspraak van het EHRM in de zaak Thomann, luidende dat art. 6, eerste lid, EVRM niet geschonden was door berechting na verzet door dezelfde rechters die het verstekvonnis hadden gewezen; S.E. Marseille in Vademecum Strafzaken 34.4.4; en de in de noot van Knigge genoemde schrijvers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/949b84ce827a2445feffe23ee8906c7fc8276028b45c226ffaeb7fd8df1048a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 949b84ce827a2445feffe23ee8906c7fc8276028b45c226ffaeb7fd8df1048a6, en de alinea staat in dat document op bytes 12809 tot 14047.