Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3338.
13. Men kan vaststellen dat zich hier een onbevredigend effect van de in art. 430, eerste lid, Sv opgenomen beperking laat zien: het openbaar ministerie kan niet opkomen tegen een vrijspraak die vermeden had kunnen worden door de wijzigingsvordering die mogelijk op onjuiste gronden niet is toegelaten. Dat acht ik evenwel niet minder onbevredigend dan de reeds geaccepteerde consequentie dat een vrijspraak die niets met de overtuiging van schuld te maken heeft, doch berust op niet zonder meer begrijpelijke, of zelfs onjuiste, opvattingen betreffende de rechtmatigheid van de bewijsgaring in cassatie onaantastbaar is, vgl. HR NJ 1995, 552.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e189da09b88988a5a1dc675f2c87f0e97732c2e585d426b1480a40ded4d5cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e189da09b88988a5a1dc675f2c87f0e97732c2e585d426b1480a40ded4d5cb, en de alinea staat in dat document op bytes 13279 tot 13935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4e189da09b88988a5a1dc675f2c87f0e97732c2e585d426b1480a40ded4d5cb | shasum -a 256