Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3338.
14. In de literatuur is inmiddels betoogd dat de redenen die de wetgever destijds vond om art. 430 Sv op te nemen niet in alle opzichten overtuigen, en dat onwenselijke gevolgen van dit voorschrift met name zichtbaar zijn geworden in verband met het leerstuk van het onrechtmatig verkregen bewijs, waardoor naast de vrijspraken die voortkomen uit een gebrek aan overtuiging bij de rechter (vermoedelijk had de wetgever alleen die vrijspraken voor ogen) ook 'technische' vrijspraken zijn ontstaan. Er is bepleit art. 430 Sv af te schaffen, hetgeen voor de klassieke vrijspraken geen gevolgen zou hebben, omdat het niet bereiken van de overtuiging dat de verdachte schuldig is, toch reeds een waardering van feitelijke aard vormt die in cassatie gerespecteerd zal moeten worden, vgl. Corstens, a.w., p. 729.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e189da09b88988a5a1dc675f2c87f0e97732c2e585d426b1480a40ded4d5cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e189da09b88988a5a1dc675f2c87f0e97732c2e585d426b1480a40ded4d5cb, en de alinea staat in dat document op bytes 13955 tot 14773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4e189da09b88988a5a1dc675f2c87f0e97732c2e585d426b1480a40ded4d5cb | shasum -a 256