Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD2684.

40) Het middel betoogt dat daarbij (ook) onderzocht had moeten worden of de hoedanigheid van "middellijk" aandeelhouder niet aansprakelijkheid van [verweerder 2] kon meebrengen - zoals zo-even opgemerkt had [eiser] in appel inderdaad terloops aangestipt dat [verweerder 2] die hoedanigheid bezat. De enkele hoedanigheid van "middellijk" aandeelhouder is echter een volstrekt ontoereikende grondslag voor het aannemen van aansprakelijkheid(46). Dat is ongetwijfeld ook door het Hof zo gezien; en alleen al het feit dat het onderhavige betoog zo summier door [eiser] was ingebracht rechtvaardigt, dat het Hof dat niet expliciet in zijn motivering heeft betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb6a936f23ce76659b27812fc0bf1e5c03e1469f2fb88928afcc73469c9e52ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb6a936f23ce76659b27812fc0bf1e5c03e1469f2fb88928afcc73469c9e52ef, en de alinea staat in dat document op bytes 48591 tot 49265.