Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD2687.
2.7 De reikwijdte van het zesde lid van art. 34 WPR is in een tweetal arresten van de Hoge Raad aan de orde gekomen. Nadat de Hoge Raad in zijn arrest van 11 december 1998, NJ 1999, 448 had overwogen dat het zesde lid van art. 34 WPR slechts betrekking heeft op de procesvertegenwoordiging in de procedure voor de rechtbank, heeft de Hoge Raad de reikwijdte van artikel 34 WPR nader gepreciseerd in zijn arrest van 18 juni 1999, NJ 1999, 629 - eveneens een geval waarin een verzoekschrift niet was ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad - en daarbij overwogen dat het zesde lid van art. 34 WPR
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34e5fe027a05c21acde1a03d8e9171a61c1b36769fba789f2762463265ae6ac6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34e5fe027a05c21acde1a03d8e9171a61c1b36769fba789f2762463265ae6ac6, en de alinea staat in dat document op bytes 10555 tot 11170.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34e5fe027a05c21acde1a03d8e9171a61c1b36769fba789f2762463265ae6ac6 | shasum -a 256