Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2001
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3249.
7. Indien het gaat om een aannemelijk geworden dreigende schending van art. 3 EVRM moet uitlevering worden geweigerd. Het verbod van foltering is dwingend; enige uitzondering is niet denkbaar. Een andere vraag is wie beslist over de vraag of de dreigende foltering uitlevering ontoelaatbaar maakt: de rechter of de minister van Justitie. De benadering van de Hoge Raad is (HR 21 maart 2000, NJ 2000, 540, m.nt. Sch) dat aan de rechter de beoordeling toekomt indien in het verleden reeds foltering heeft plaats gevonden (de gedachte zal zijn dat de rechter die feiten kan vaststellen en op grond daarvan een a-politieke prognose kan geven), terwijl het aan de minister is om te beslissen indien er niet zo'n geschiedenis van foltering is, en slechts de dreiging daarvan bestaat (dat is dus speculatiever, vereist andere informatiebronnen dan waarover de rechter beschikt, en heeft mogelijk meer diplomatieke repercussies).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccf460f0ef465feabc0dff260b32db2300dd9c97bf3e74e2c3a52b7a82c3ae71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccf460f0ef465feabc0dff260b32db2300dd9c97bf3e74e2c3a52b7a82c3ae71, en de alinea staat in dat document op bytes 10087 tot 11022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccf460f0ef465feabc0dff260b32db2300dd9c97bf3e74e2c3a52b7a82c3ae71 | shasum -a 256