Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3530.

13. De tweede subklacht die ik afzonderlijk vermeld, betreft de overweging van het Hof dat verdachte voordat zij van de vader van [het slachtoffer] had vernomen dat zij dood was, met anderen over de dood van [het slachtoffer] heeft gesproken. Volgens het middel is het nog maar de vraag of die gesprekken hebben plaatsgevonden voordat verdachte met de vader van [het slachtoffer] heeft gebeld. Ook hier geldt dat het Hof uit de in de bewijsmiddelen vastgestelde feiten heeft kunnen afleiden dat die gesprekken daarvoor moeten hebben plaatsgevonden en dat dit niet onbegrijpelijk oordeel in cassatie verder niet op zijn juistheid kan worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d263a212f9a3051bcefbc0b1dd8e786401e5c57057f261e71244b1c84a3b516a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d263a212f9a3051bcefbc0b1dd8e786401e5c57057f261e71244b1c84a3b516a, en de alinea staat in dat document op bytes 12318 tot 12980.