Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3530.
17. Het vierde middel behelst de klacht dat het alibi van verdachte onvoldoende is weerlegd. Het alibi van verdachte berustte hoofdzakelijk op twee pijlers: (1) haar vader zou haar de bewuste avond omstreeks kwart voor tien in Waskemeer voor het raam hebben zien staan terwijl ze naar haar man zwaaide; en (2) verdachte kan die avond niet op het bewuste tijdstip in Waskemeer zijn geweest omdat zij om 22.09 uur in Appelscha telefoneerde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d263a212f9a3051bcefbc0b1dd8e786401e5c57057f261e71244b1c84a3b516a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d263a212f9a3051bcefbc0b1dd8e786401e5c57057f261e71244b1c84a3b516a, en de alinea staat in dat document op bytes 13680 tot 14131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d263a212f9a3051bcefbc0b1dd8e786401e5c57057f261e71244b1c84a3b516a | shasum -a 256