Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3935.

16) Bij de begroting van schade, en bij de beslissing om schade schattenderwijs te begroten, komt aan de rechter een grote mate van vrijheid toe. De regel van art. 6:97 BW is onder meer daarvoor - dus om de rechter die vrijheid te geven - bedoeld, zie de Parlementaire Geschiedenis Boek 6, pag. 339. Als uitvloeisel van deze vrijheid wordt aangenomen, dat de rechter niet gebonden is aan de gewone regels van bewijsrecht, èn dat de motiveringsplicht maar in beperkte mate voor de in dit kader gegeven beslissingen geldt, zie daarvoor o.a. HR 15 november 1996, NJ 1998, 314 m.nt. Grosheide, rov. 3.5.1.; HR 6 november 1998, NJ 1999, 132, rov. 4.1.3.- 4.1.5., zie ook de conclusie van A-G Bakels voor dit arrest, nrs 2.8. en 2.9.; en zie à contrario HR 29 oktober 1999, NJ 1999, 821, rov. 3.3.; Asser-Hartkamp 4-I (2000), nrs. 415 e.v.; Tekst & Commentaar BW, boeken 6, 7 en 8, (2001) aant. 1, 3 en 4 bij art. 6:97; Schadevergoeding (losbl.), Lindenbergh, art. 97, aant. 19 en 20 (zie ook art. 95, aant. 8); Hartlief in Spier c.s., Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding (1997), nr. 206.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29f1189f148a4d6e95eb6a045109c27fc63c03b360ec7c17985de3a018713e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29f1189f148a4d6e95eb6a045109c27fc63c03b360ec7c17985de3a018713e27, en de alinea staat in dat document op bytes 22262 tot 23373.