Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3973.

6. Na de inleidende onderdelen 1 en 2, die geen klacht bevatten, richten de onderdelen 3 en 4 zich tegen het oordeel van het Hof met betrekking tot de vraag welke handeling aan de gestelde onrechtmatige daad van de broers [...] ten grondslag ligt. Volgens deze middelonderdelen is onbegrijpelijk dat het Hof het weigeren door de broers [...] van het verlenen van toestemming aan de ABN-AMRO Bank de desbetreffende gelden of goederen af te geven aan de kinderen [...] heeft aangemerkt als de handeling waarop de gestelde onrechtmatige daad berust. Juridisch, noch logisch zou het (zelf) afgeven van gelden of goederen die zich onder een bank bevinden gelijk gesteld kunnen worden met het toestemming geven aan die bank om de gelden of goederen (rechtstreeks) af te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3a1761cff103d3d8652861d24ea5104bf93c4885ce63e67ed995a7e8b4694c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3a1761cff103d3d8652861d24ea5104bf93c4885ce63e67ed995a7e8b4694c, en de alinea staat in dat document op bytes 11317 tot 12100.