Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3973.

8. De onderdelen 5 en 6 keren zich tegen het oordeel van het Hof dat de plaats waar de onderhavige toestemming vereist is, aangemerkt moet worden als de locus delicti, althans dat deze plaats Amsterdam (Nederland) zou zijn, en strekken ten betoge dat het Hof in ieder geval heeft miskend dat naar Nederlands internationaal privaatrecht de vraag of een weigering als de onderhavige onrechtmatig is, niet wordt beheerst door Nederlands recht, maar door het rechtsstelsel van het land waar de weigerende persoon woont, althans - in het onderhavige geval - door Israëlisch recht als het recht van het land waar de nalatenschap formeel wordt afgewikkeld, althans door het recht van het land waar de kinderen [...] hun woon- of verblijfplaats hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3a1761cff103d3d8652861d24ea5104bf93c4885ce63e67ed995a7e8b4694c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3a1761cff103d3d8652861d24ea5104bf93c4885ce63e67ed995a7e8b4694c, en de alinea staat in dat document op bytes 12622 tot 13380.