Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3973.
13. De meer subsidiair door het middel verdedigde opvatting (toepassing van het recht van het land waar de kinderen [...] hun woon- of verblijfplaats hebben) acht ik evenmin aannemelijk. In het algemeen komt toepassing op een verbintenis uit onrechtmatige daad van het recht van het land waar de benadeelde zijn gewone verblijfplaats of vestigingsplaats heeft als zodanig slechts in aanmerking, indien de dader in hetzelfde land zijn gewone verblijfplaats of vestigingsplaats heeft. Zie art. 3 lid 3 WCOD. Voor toepassing van deze zgn. gevolgenuitzondering (zie daarover Pontier, a.w. 2001, nr. 132-135; Strikwerda, a.w. 2000, nr. 181; Vlas, a.w., aant. 18) is in het onderhavige geval geen plaats, omdat de broers [...] en de kinderen [...] in verschillende landen hun gewone verblijfplaats hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3a1761cff103d3d8652861d24ea5104bf93c4885ce63e67ed995a7e8b4694c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3a1761cff103d3d8652861d24ea5104bf93c4885ce63e67ed995a7e8b4694c, en de alinea staat in dat document op bytes 17569 tot 18381.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd3a1761cff103d3d8652861d24ea5104bf93c4885ce63e67ed995a7e8b4694c | shasum -a 256