Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2001

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3978.

4 In een geval als hier aan de orde is de zaak reeds aanhangig door het uitbrengen van de dagvaarding, doch bestaat deze eerst voor de rechter na inschrijving daarvan op de rol. Pas vanaf dat moment kan de normale gedingvoering plaatshebben en kan over de ingestelde vordering worden geoordeeld (Snijders/Ynzonides/Meijer, 1997, blz. 113 en 199-120, onder verwijzing naar HR 13 juni 1947, NJ 1947, 385 en HR 18 februari 1994, NJ 1994, 606 (HER). Aan het verzuim de zaak (tijdig) in te schrijven op de rol verbindt de wet niet het verval van de rechtskracht van de (appel)dagvaarding als sanctie (HR 17 december 1982, NJ 1984, 59 (WHH).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07ef80f5d4ba4d7ab97a3d0f441aef8d4077081c9d9b76a27215308fc28c54bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07ef80f5d4ba4d7ab97a3d0f441aef8d4077081c9d9b76a27215308fc28c54bb, en de alinea staat in dat document op bytes 23918 tot 24566.