Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3980.
7. Voor zover beoogd is de betekening van de dagvaarding te doen geschieden op de wijze als voorzien in art. 407 lid 5 Rv, voldoet die betekening niet aan de daaraan te stellen eisen. De dagvaarding is betekend aan het kantoor van Mr Schaaf voornoemd. Uit het bestreden arrest blijkt niet dat Mr Schaaf in de vorige instantie als procureur voor de gebroeders [...] is opgetreden. Uit de overgelegde brief d.d. 28 juni 2000 van Mr Schreuder blijkt niet van een regelmatig ter kennis van het Gerechtshof te 's-Gravenhage gebrachte procureurswisseling. Dit gebrek zou als geheeld beschouwd kunnen worden, indien, naar analogie van het bepaalde in de slotzin van art, 407 lid 5 Rv, vaststaat dat Mr Schaaf de aan zijn kantoor gelaten afschriften van het exploit van dagvaarding tijdig heeft doorgestuurd naar de gebroeders [...]. Een door Mr Schaaf opgestelde schriftelijke verklaring van die strekking is door [eiser] niet overgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4d22eee982b16bb223b4935b660ccf9e5c5afb664cdfe4bd391de4e94c4d24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4d22eee982b16bb223b4935b660ccf9e5c5afb664cdfe4bd391de4e94c4d24, en de alinea staat in dat document op bytes 7978 tot 8923.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca4d22eee982b16bb223b4935b660ccf9e5c5afb664cdfe4bd391de4e94c4d24 | shasum -a 256