Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3993.

2.1. De in alinea 1.3 geciteerde overweging van de rechtbank roept de vraag op wie in dit geding als procespartij optreedt. Alle gedingstukken, met inbegrip van de inleidende dagvaarding, het vonnis van de rechtbank en het arrest van het hof, vermelden als gedaagden resp. appellanten: [betrokkene B] en [betrokkene C] in hun hoedanigheid van ouders en wettelijk vertegenwoordigers van [eiser]. Ook de dagvaarding in cassatie, waarin steeds wordt gesproken over hetgeen in feitelijke instanties namens [eiser] is aangevoerd, gaat ervan uit dat [eiser] in de feitelijke instanties de materiële procespartij is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7, en de alinea staat in dat document op bytes 8192 tot 8824.