Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3993.
3.2. Subonderdeel 1.3 is gericht tegen rov. 4.4.27. Het hof geeft als extra argument dat niet aannemelijk is gemaakt waarom [eiser] zichzelf zou belasten als hij de brand niet heeft gesticht. Dit oordeel impliceert dat het hof niet overtuigd is geraakt door de stellingen, welke onder a t/m d in dit subonderdeel zijn samengevat. Het hof heeft niet gezegd dat het onmogelijk is. dat iemand als [eiser] in een politieverhoor een voor zichzelf belastende verklaring aflegt hoewel hij de brand niet heeft gesticht. Het hof overweegt slechts, dat in dit geding niet aannemelijk is gemaakt waaróm [eiser] een voor zichzelf belastende verklaring zou afleggen indien hij de brand niet heeft gesticht. In het licht van de stellingen onder a - d, die nogal algemeen gesteld zijn, was een nadere motivering van dit oordeel niet vereist(3). Op de aangevoerde omstandigheid dat [eiser] later in het kader van het voorlopig getuigenverhoor op de bekentenis is teruggekomen, is het hof ingegaan in rov. 4.4.29 e.v. De slotsom is dat onderdeel 1 in geen van zijn subonderdelen doel treft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7, en de alinea staat in dat document op bytes 12450 tot 13537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7 | shasum -a 256