Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3993.

3.11. Onderdeel 4 heeft betrekking op het antwoord van het hof op de vraag of de bekennende verklaring van [eiser] door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund. Subonderdeel 4.1 acht onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom die ene, bekennende verklaring van [eiser] bij de politie de doorslag heeft gegeven. Deze klacht faalt. In alinea 3.6 hierboven werd reeds aangegeven op welke gronden het hof tot zijn beslissing is gekomen. Die motivering voldoet aan de eis dat voor partijen en derden, waaronder de hogere rechter indien een rechtsmiddel wordt aangewend, inzichtelijk is op welke gronden het hof tot zijn beslissing is gekomen, ook al is [eiser] later op zijn bekennende verklaring bij de politie teruggekomen en ook al heeft hij de betrouwbaarheid van zijn bekennende verklaring met kracht bestreden. De subonderdelen 4.2, 4.3, 4.4 en 4.5 worden gepresenteerd in de vorm van motiveringsklachten, maar verlangen in feite van de cassatierechter een herwaardering van het bewijs: tevergeefs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7, en de alinea staat in dat document op bytes 25313 tot 26322.