Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3993.
3.16. Subonderdeel 6.2 komt neer op de klacht dat het hof de bestaande onzekerheid over het precieze tijdstip van het ontstaan van de brand niet voor rekening van [eiser] mag laten komen, aangezien de bewijslast op de geïntimeerden rustte. Deze klacht mist feitelijke grondslag: het hof heeft eerst onderzocht of bewezen is dat [eiser] de brand heeft gesticht. Nadat die vraag in rov. 4.4.25 vooralsnog bevestigend werd beantwoord, heeft het hof in rov. 4.5.1 e.v. onderzocht hetgeen de ouders namens [eiser] hadden aangevoerd "ter adstructie van hun stelling dat [eiser] die brand niet heeft gesticht of kan hebben gesticht". Dit geeft geen blijk van een onjuiste opvatting van de regels van bewijslastverdeling: het is een toepassing van de hoofdregel van art. 177 Rv. Van een innerlijke tegenstrijdigheid is geen sprake: het hof heeft - mede in het licht van de overige bewijsmiddelen - aan de opgave van [betrokkene A] over het tijdstip waarop zij het ouderlijk huis van [eiser] verliet niet een zo groot gewicht willen toekennen als het middel hieraan toekent. Die beoordelingsvrijheid kwam de feitenrechter toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7, en de alinea staat in dat document op bytes 32043 tot 33174.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/307c9151da5711a942e0d2097c926e2770d75178d1a333d2c6ac4ee1e9e2caa7 | shasum -a 256