Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4032.

Beide partijen hebben verwezen naar HR 23 december 1988, NJ 1989, 275, met conclusie van mijn ambtgenoot Strikwerda en naar HR 21 mei 1999, NJ 2000, 13, met conclusie van mijn ambtgenoot Bakels. De vraag of het Gemeenschappelijk Hof naar Antilliaans procesrecht is gehouden een deugdelijk aanbod tot getuigenbewijs te honoreren, is in die uitspraken niet expliciet beantwoord hoewel door mijn ambtgenoten in hun conclusies wel een duidelijk standpunt ter zake was ingenomen. Strikwerda oordeelde - naar de toenmalige stand van zaken (zijn conclusie dateert uit 1988) - dat aan het Gemeenschappelijk Hof een discretionaire bevoegdheid toekomt. Bakels nam - in zijn in 1999 genomen conclusie - het standpunt in dat ook naar Antilliaans procesrecht het Gemeenschappelijk Hof gehouden is een deugdelijk aanbod tot getuigenbewijs te honoreren. Hij tekende daarbij aan nadere beschouwingen aan deze kwestie te zullen wijden ingeval de Hoge Raad dat mocht wensen; een zodanige wens is niet geuit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2861526d78c1e7bfaa641ba42c5db5ba9e51d89c68b3c8d3c6d7f275f0858684. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2861526d78c1e7bfaa641ba42c5db5ba9e51d89c68b3c8d3c6d7f275f0858684, en de alinea staat in dat document op bytes 17357 tot 18359.