Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4290.
23. Deze verwerping van het verweer geeft echter geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en zij is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat de veronderstelde infiltratie slechts zou hebben plaatsgehad teneinde [de opgeëiste persoon]'s verblijfplaats te traceren ter fine van uitlevering. Niet is immers aangevoerd - en dat zou ook moeilijk te verdedigen zijn geweest - dat zich door die (mogelijke) infiltratie een flagrante schending van enig in art. 6 of 8 EVRM neergelegd recht van [de opgeëiste persoon] heeft voorgedaan die zou meebrengen dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren in de weg staat aan nakoming van de uit het onderhavige uitleveringsverdrag voortvloeiende verplichting tot uitlevering ter strafvervolging ter zake van de in het uitleveringsverzoek bedoelde feiten.(11)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50ee6b796ad4369bba4154590f949bf21377342d49f67bc67cec21fd22d00fa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50ee6b796ad4369bba4154590f949bf21377342d49f67bc67cec21fd22d00fa6, en de alinea staat in dat document op bytes 18678 tot 19545.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/50ee6b796ad4369bba4154590f949bf21377342d49f67bc67cec21fd22d00fa6 | shasum -a 256