Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4292.

13. Ware de door de stellers van het middel voorgestane uitleg juist, dan zou dat meebrengen dat uitlevering door Nederland aan de Verenigde Staten van een Nederlander met betrekking tot een buiten de Verenigde Staten begaan feit slechts mogelijk zou zijn indien een zodanig feit zou behoren tot de beperkte groep van feiten ten aanzien waarvan Nederland strafrechtsmacht heeft gevestigd ook voorzover buiten Nederlands grondgebied begaan door een niet-Nederlander (vgl. art. 4 en 4a Sr; art. 13, derde lid, Opiumwet; art. 3 Wet Oorlogsstrafrecht; art. 73 Algemene wet inzake rijksbelastingen; art. 5 Uitvoeringswet folteringverdrag). Omgekeerd zou uitlevering door de Verenigde Staten aan Nederland van een Amerikaan met betrekking tot een buiten het grondgebied van Nederland begaan feit slechts mogelijk zijn met betrekking tot de eveneens beperkte groep van feiten ten aanzien waarvan de Verenigde Staten strafrechtsmacht heeft gevestigd ook voorzover buiten het grondgebied van die staat begaan door een niet-Amerikaan.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e2fff712235fc4040529d097ba995756bf2e73b2fa789e1665ff559793f5389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e2fff712235fc4040529d097ba995756bf2e73b2fa789e1665ff559793f5389, en de alinea staat in dat document op bytes 14545 tot 15585.