Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4292.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat deze stukken voldoen aan de eisen welke artikel 9, lid 3 sub b, van voornoemd verdrag daaraan stelt. Daarbij geldt dat op grond van het aan het uitleveringsrecht ten grondslag liggende vertrouwensbeginsel de uitleveringsrechter ervan uit moet gaan dat de door de verzoekende staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken op rechtmatige wijze tot stand zijn gekomen, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn van het tegendeel. Nu de stukken van het geding niets behelzen dat de gevolgtrekking zou kunnen rechtvaardigen dat van dergelijke aanwijzingen sprake is en ook de raadsman in dit opzicht niets heeft aangevoerd, oordeelt de rechtbank dat de overgelegde stukken in het kader van artikel 9, derde lid sub b voornoemd genoegzaam zijn en gaat zij derhalve voorbij aan het verzoek van de raadsman tot het doen van een nader onderzoek in deze."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e2fff712235fc4040529d097ba995756bf2e73b2fa789e1665ff559793f5389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e2fff712235fc4040529d097ba995756bf2e73b2fa789e1665ff559793f5389, en de alinea staat in dat document op bytes 22182 tot 23102.