Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4292.

23. Aldus wordt echter miskend dat nergens in het te dezen toepasselijke uitleveringsverdrag, in het bijzonder niet in de artikelen 9 en 10 N/VS, de eis wordt gesteld dat het door de verzoekende staat overgelegde bewijsmateriaal rechtmatig is verkregen. Het is om die reden dat - behoudens het geval van een ernstig vermoeden dat zich een flagrante schending van art. 6 EVRM of art. 14 IVBPR heeft voorgedaan;(15) zulks is echter in de onderhavige zaak niet vastgesteld of aangevoerd(16) - het niet aan de uitleveringsrechter ter beoordeling staat of het onderzoek waaruit het verzoek tot uitlevering is voortgevloeid op rechtmatige wijze is verlopen.(17) Dat geldt ook wanneer Nederland aan dat onderzoek heeft bijgedragen door het op zijn grondgebied toestaan van buitenlandse infiltratie.(18) De Rechtbank heeft het verweer dan ook terecht verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e2fff712235fc4040529d097ba995756bf2e73b2fa789e1665ff559793f5389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e2fff712235fc4040529d097ba995756bf2e73b2fa789e1665ff559793f5389, en de alinea staat in dat document op bytes 23843 tot 24709.