Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4322.

5. De 'smaad' waarop art. 261 Sr doelt vereist dat iemands eer of goede naam wordt aangerand door de telastlegging (beschuldiging) van een bepaald feit, met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven. In art. 367 van de Code Pénal, de voorloper van art. 261 Sr, werd dat uitgedrukt met 'fait précis'. De vraag doet zich voor of de in de tenlastelegging opgenomen woorden "dat [betrokkene A] vrouwen mishandelt en/of bedreigt en/of overlast aandoet op straat" de beschuldiging van zo een bepaald feit vormen. Indien dat niet het geval is, heeft het Hof de dagvaarding ten onrechte (inhoudelijk) geldig geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18a4841d2fb043ac683fde373f38cf9f6e8e2f15e49b8effcad0f22cc3f11bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18a4841d2fb043ac683fde373f38cf9f6e8e2f15e49b8effcad0f22cc3f11bca, en de alinea staat in dat document op bytes 5380 tot 6012.