Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4322.
7. In de literatuur is wel het standpunt ingenomen dat de smadelijke uitlating, om als zodanig strafbaar te zijn, moet omvatten wanneer en waar de beschuldigde zich zou hebben misdragen, vgl. A.L.J. Janssens, Strafbare belediging, p. 86, noten 18 en 19. Die eis stelt de Hoge Raad niet; het vereiste van bepaaldheid gaat niet verder dan dat het verwerpelijke feit in de beschuldiging is omschreven als een duidelijk te onderkennen, concrete gedraging, vgl. HR NJ 1937, 1022 en (impliciet) HR NJ 1993, 145. In Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van Strafrecht, aant. 1a bij art. 261 (suppl. 98) is hieromtrent opgemerkt dat de als 'smaad' aan te merken uitlating niet alleen moet inhouden aan welke soort van gedraging de beschuldigde persoon zich te buiten zou zijn gegaan, maar ook welke bepaalde daad van die soort het betreft. Indien degene die de smadelijke uitlating doet daarbij vermeldt op welk tijdstip en op welke plaats de misdraging zou zijn begaan zal des te eerder vastgesteld kunnen worden dat de beschuldiging een bepaald feit betreft, maar zonder die vermelding behoeft die bepaaldheid niet noodzakelijk te ontbreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18a4841d2fb043ac683fde373f38cf9f6e8e2f15e49b8effcad0f22cc3f11bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18a4841d2fb043ac683fde373f38cf9f6e8e2f15e49b8effcad0f22cc3f11bca, en de alinea staat in dat document op bytes 7188 tot 8340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18a4841d2fb043ac683fde373f38cf9f6e8e2f15e49b8effcad0f22cc3f11bca | shasum -a 256