Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4322.
10. Het komt mij daarom redelijk voor de in art. 261 Sr besloten eis van bepaaldheid in de beschuldiging aldus op te vatten dat de smadelijke uitlatingen, naar algemeen taalgebruik, met voldoende duidelijkheid de suggestie moeten wekken dat de beschuldigde een of meer misdragingen heeft begaan van een bepaalde soort, die ernstig te nemen delicten opleveren of in ieder geval zijn aan te merken als in aanmerkelijke mate onrechtmatig of in strijd met fatsoensnormen, zonder dat daarbij nog wordt verlangd dat de beschuldiging die misdragingen nader preciseert. Een nadere aanduiding van de wijze waarop, de gelegenheid waarbij, of de persoon jegens wie een misdraging is begaan zal in de regel meebrengen dat de suggestie nog ernstiger wordt genomen; dat daaraan méér of eerder betekenis wordt toegekend. Ook zonder een dergelijke precisering kan de suggestie dat iemand ernstig strafbaar of hoogst onfatsoenlijk gedrag heeft vertoond evenwel het beschadigend effect hebben waartegen art. 261 Sr beoogt te beschermen, en waardoor het in deze bepaling bedoelde gedrag zich onderscheidt van eenvoudige belediging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18a4841d2fb043ac683fde373f38cf9f6e8e2f15e49b8effcad0f22cc3f11bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18a4841d2fb043ac683fde373f38cf9f6e8e2f15e49b8effcad0f22cc3f11bca, en de alinea staat in dat document op bytes 10613 tot 11740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18a4841d2fb043ac683fde373f38cf9f6e8e2f15e49b8effcad0f22cc3f11bca | shasum -a 256