Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4371.

4.5. Nu uit de eerdergenoemde autorisatiemodellen van de douanepost Surveillance volgt dat de bovenstaande ambtenaren ten tijde van de vorderingen onder meer geautoriseerd waren voor de bevoegdheden van art. 50 AWR, zijn de vorderingen uitgevoerd door daartoe bevoegde ambtenaren. Dat de betrokken verbalisanten niet rechtstreeks zijn "aangewezen" door de inspecteur, maar op grond van een trapsgewijze mandatering tot deze bevoegdheden zijn geautoriseerd, doet daaraan niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34e5dcc7c76dada06998640f3bae57b157ca413f9fd8f9c0111a1654c7df8cef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34e5dcc7c76dada06998640f3bae57b157ca413f9fd8f9c0111a1654c7df8cef, en de alinea staat in dat document op bytes 12174 tot 12665.