Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4383.

19. Nu in de verklaring op geen enkele wijze wordt aangegeven op grond waarvan de getuige tot haar conclusie kwam dat [het slachtoffer] in een staat van bewusteloosheid of onmacht verkeerde en de bewijsmiddelen op dit punt verder niets inhouden, op grond waarvan het hof tot de slotsom kon komen dat de getuige deze conclusie terecht heeft getrokken, voldoet de verklaring van de getuige op dit punt niet aan het vereiste dat deze betrekking heeft op hetgeen de getuige heeft waargenomen of ondervonden. Vgl. HR 2 juni 1992, DD 92.354. In zoverre is de bewezenverklaring niet naar behoren gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d6eff299ba7fc361168fa120b527aadef25e6fc8ca5e287ab6c8d5516d5e0fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d6eff299ba7fc361168fa120b527aadef25e6fc8ca5e287ab6c8d5516d5e0fe, en de alinea staat in dat document op bytes 13587 tot 14201.